Als er één hedendaags woord is dat ik vreselijk vind, is dat wel: FOMO, Fear Of Missing Out. Het begint al bij dat eerste woord ‘Fear’. Vanuit het perspectief ‘wat je aandacht geeft, groeit’, geef je met FOMO dus aandacht aan angst. Bewust of onbewust is je mindset dus eigenlijk de hele dag vanuit angst gestuurd. Zo hoorde ik laatst een collega de hele dag angstig praten over ‘als ik maar niet te laat kom voor dat concert in de Ziggodome’ in plaats van enthousiast vertellen over dat geweldige concert waar ze heen gaat.

Het andere aspect van FOMO waar ik erg veel moeite mee heb is ‘Missing Out’. Ook hier ligt de focus op iets negatiefs, namelijk wat je mist. Je bent (onbewust) constant bezig met wat je mist en niet met wat je hebt. Hoe vaak per dag heb jij het gevoel dat je iets mist of dat je eigenlijk ergens anders wilt zijn?

Waar komt die focus op missen vandaan?

Een mens mist op elk moment van de dag miljoenen dingen. Er gebeurt zóveel in de wereld. Je kunt niet overal bij zijn. Dat heeft nooit gekund. Wie kan er nou óveral bij zijn? Iedereen snapt de onmogelijkheid ervan. Dus ‘missing out’ gaat vooral over dat er meerdere dingen in je persoonlijke leven zijn waar je bij wil of ‘moet’ zijn die simultaan plaats vinden. Je moet kiezen. En daar zit een knelpunt.

3x waarom kiezen zo moeilijk is

Kiezen is voor de jongere mens (geboren na ca. 1995) steeds moeilijker. Drie belangrijke redenen zijn hiervoor de grondslag:
1) als kind in de jaren 2000-2010 hoefde je vaak niet echt te kiezen. Veel jongeren kregen in hun kindertijd wat ze hebben wilden, want de meeste ouders hadden de mogelijkheid om dit te geven. Jongeren hebben dus niet al van jongs af aan écht leren kiezen, zoals de generaties ervoor.
2) het aanbod om uit te kiezen is tegenwoordig is enorm. Mede door de online ontwikkelingen zijn we niet beperkt tot de buurtwinkels, maar kunnen we alles overal vandaan halen. En door productontwikkeling en innovatie hebben we ook van eenvoudige producten zoals chips, chocola en broodbeleg veel meer variatie. En hoe groter het aanbod, hoe groter de (keuze)stress.
3) door de sociale media worden we continue met onze neus op de ervaringen van anderen gedrukt. Die ene vriend is wél bij dat ene festival waar jij ook heen wilt. Je krijgt dus constant live mee wat je mist. Daarbij, sociale media laten vooral de hoogtepunten zien, niet de realiteit. Dat maakt het gevoel dat je iets mist alleen maar sterker. Misschien nog wel meest belangrijk daarin: het gebeurt vooral onbewust. Hoe vaak ben jij je er van bewust dat je een negatieve emotie ervaart terwijl je op social media door je tijdlijn scrollt?

Waarom meer eigenlijk minder is

Meerdere onderzoeken hebben aangetoond dat kiezen uit een groot aanbod veel moeilijker is en veel meer stress oplevert dan kiezen uit een klein aanbod (o.a. Schwartz in 2004 en Iyengar & Lepper in 2000). Uit onderzoek van Iyengar en Lepper (2000) bleek bijvoorbeeld dat consumenten vaker een aankoop deden wanneer ze uit 6 soorten jam konden kiezen, in plaats van uit 24. Bovendien waren ze tevredener met hun keuze. Dit effect geldt ook voor andere keuzes in het leven, van chocoladerepen tot carrières. Hoe minder er is, hoe minder we missen en hoe meer tevreden we zijn met wat we hebben.

Gif voor je mentale gezondheid
Als we (onbewust) zo sterk leven vanuit zulke negatieve waarden, vind je het dan verwonderlijk dat mensen tegenwoordig meer problemen hebben met hun mentale gezondheid? Dat mensen klachten hebben als chronische slaapgebrek, depressie, angststoornissen en zelfs burn-out verschijnselen? Als FOMO in je systeem zit, zijn angst en gemis je basisemoties. Dat is niet alleen gewoon ongezond, dat is puur giftig.

Het kan anders, welkom bij GOWI!

Vanuit FOMO is je basishouding dus ingesteld op twee negatieve waarden: angst en het niet-hebben. Je kunt dat omdraaien. Simpelweg door te beginnen met aandacht voor wat je wél hebt. En daar dankbaar voor zijn. Ik noem het GOWI: Grateful Of What Is.

Door meer en meer vanuit GOWI te leven in plaats van FOMO verandert je mindset, je basishouding in het leven, van twee zeer negatieve en giftige waarden, Angst en Niet-hebben, naar twee zeer positieve waarden Dankbaarheid en Aanwezigheid.

Dankbaarheid: de grootste positieve motor

Diverse onderzoeken tonen aan dat dankbaarheid de meest positieve invloed heeft op iemands wezen. Emmons en McCullough (2003) lieten deelnemers wekelijks een dankbaarheidsdagboek bijhouden. Ook onderzoeken van o.a. Philip Watkins en Sarah Algoe laten zien hoe groot de positieve invloed van dankbaarheid is. De resultaten toonden significante verbeteringen in welzijn, optimisme, en sociale verbondenheid.

GOWI in de praktijk

Om GOWI toe te passen is zeer eenvoudig. Je kunt klein beginnen. Benoem iedere dag één ding waar je dankbaar voor bent dat het in je leven is. Het kan iets kleins zijn, bv. dat je op tijd op een afspraak was of dat het eten lekker was. Het kan ook iets groters zijn, bv. dat je al 100 dagen bent gestopt met roken of dat je genezen bent van een vreselijke ziekte. Iedere dag één ding. Je mag het gewoon in stilte in je hoofd benoemen of je schrijft het op. Dat kost qua tijd minder dan een minuut.

Je zult merken dat het vrij makkelijk is om dingen in het leven te vinden waarvoor je dankbaar kunt zijn. De zon die schijnt, regen dat goed is voor de planten, de fiets die geen lekke band heeft, water uit de kraan, lekker eten, fijn gesprek, werkende verwarming, een blij kind, een knuffel, etc.

Herhaling is de kracht van verandering

Vanuit één keer per dag, kun je dit vaker doen. Gewoon even een heel kort momentje, minder dan een minuut, dankbaar zijn voor iets in je leven. In je hoofd kun je dit op elk moment van de dag doen, zelfs tijdens het auto rijden, vergaderen of het besturen van een machine. Wanneer je het iedere keer op schrijft, bijvoorbeeld in een speciaal daarvoor aangeschaft mooi boekje, wordt het nóg krachtiger.

Een andere simpele oefening is om af en toe in je huis, je tuin, je auto of op je werk stil te staan, bewust om je heen te kijken en tevreden in je op te nemen wat van jou is, bij jou hoort. Ook dit kan in minder dan één minuut. Begin met één keer per dag, bijvoorbeeld ’s ochtends net voor het aankleden. Breid het daarna uit.

Door klein te beginnen en dit steeds verder uit te bouwen, train je je hersenen om een ander patroon te volgen dan FOMO. Je hersenen gaan zo als vanzelf meer focussen om het positieve, op wat je hebt i.p.v. op wat je mist.

Aan de slag met GOWI

Mijn vaste GOWI-momenten zijn ’s morgens in de trein en ’s avonds in bed. Maar ook op allerlei momenten tussendoor pak ik graag een momentje om dank te zeggen of tevreden te kijken naar wat ik heb.

En nu jij. Ga na het lezen van dit artikel meteen bedenken waar je dankbaar voor bent. Schrijf het op. En zet een reminder in je agenda voor morgen en de dagen erna. Voor je het weet ben jij helemaal in de ban van GOWI ☺️.

Waar ben jij dankbaar voor?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *