“Weet je het zeker?”, “Ja maar, wat als..”, “Ik hoop maar dat…”
Hoe vaak denk, hoor of zeg jij één van bovenstaande uitspraken? Het 4e kernprincipe van mindfulness is Vertrouwen. Door meer op jezelf én anderen te vertrouwen, krijg je meer rust en ben je meer in balans, al zul je misschien denken van niet.
Vertrouwen is geen passiviteit
Vertrouwen wordt vaak gezien als “het maar op zijn beloop laten”. Maar in werkelijkheid is vertrouwen actief. Het is een bewuste keuze om niet voortdurend de controle vast te grijpen, maar te erkennen dat je beschikt over ervaring, intuïtie en veerkracht. Een leider die vertrouwt, hoeft minder te micromanagen. Een adviseur die vertrouwt, luistert met meer openheid.
Controle of vertrouwen?
Onze behoefte/reflex is om situaties te willen beheersen. En zo gaan we – vaak onzichtbaar op een glijdende schaal – meer plannen, meer vergaderen, meer regels invoeren en meer zekerheden inbouwen. Juist dáárdoor lopen we steeds vaker en sneller vast. Hoe meer we inkaderen, hoe minder we kunnen bewegen.
De paradox van vertrouwen
We leven in een wereld van ‘uiterlijke schijn’ en ‘moeten’. We laten onze sterktes zien en niet onze zwakheden. Om die reden zijn we vaak (te) hard voor onszelf (en anderen). Toch, hoe meer je probeert zekerheid te forceren, hoe fragieler je wordt. Vertrouwen gaat gepaard met mildheid (1e principe van mindfulness). Wees lief voor jezelf (en anderen). Hoe meer je leert te vertrouwen op je vermogen om met onzekerheid om te gaan, hoe sterker je staat. Vertrouwen is geen garantie dat alles goed gaat; het is het besef dat jij met wat komt, kunt omgaan.
Het lichaam als barometer
Zowel het vertrouwen op jezelf, je eigen doen en denken, als vertrouwen op een ander begint met luisteren naar je zelf. Je krijgt kippenvel vanwege een goed gevoel, is je lichaam dat zegt iets te kunnen vertrouwen. En andersom wanneer ‘iets niet lekker voelt’ terwijl de feiten kloppen, zegt je onderbewustzijn dit niet te vertrouwen. Wanneer je even een minuutje stilstaat (geduld hebt, principe 2) en let op de signalen van je lichaam of je onderbuikgevoel, dan stap je in het vertrouwen.
Een oefening: rust vinden in de adem
Ga eens zitten en voel je adem. Niet forceren, niet aanpassen — alleen volgen. Je zult merken: je adem gaat vanzelf. Je hoeft hem niet te controleren. Hij was er al, en hij blijft er. Dit is een simpel, maar krachtig beeld van vertrouwen: sommige dingen dragen zichzelf.
En jij?
Waar merk jij dat je in controle schiet — terwijl vertrouwen misschien meer ruimte zou geven? En waar heeft vertrouwen je al eens verder gebracht dan je ooit had durven plannen? Deel het en zo kunnen we allemaal leren beter te vertrouwen.